Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Regels voor persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2020

1.. De cliënt komt niet in aanmerking voor een persoonsgebonden budget: indien de cliënt het door het college vastgestelde budgetplan niet of onvolledig ingevuld heeft overgelegd; indien de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of, na voor zulk een gesprek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; indien er naar het oordeel van het college sprake is van zwaarwegende bezwaren van overwegende aard; van zwaarwegende bezwaren zoals hierboven genoemd zeker sprake als niet voldaan kan worden aan de aan het budget verbonden taken en verantwoordelijkheden of niet voldaan kan worden aan de eis van goede kwaliteit van zorg; indien de cliënt, of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, één van diens ouders of voogden, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard; indien ten aanzien van de cliënt of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, één van diens ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; indien op voorhand vaststaat dat binnen korte tijd vervanging van de maatwerkvoorziening nodig is; indien sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet. 2.. Het persoonsgebonden budget moet volledig worden besteed aan de ondersteuning dan wel het doel waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt en mag daarom bijvoorbeeld niet worden besteed aan: eenmalige uitkeringen feestdagenuitkeringen administratieve kosten van de hulpverlener reiskosten van de hulpverlener ondersteuning in het buitenland tussenpersonen of belangenbehartigers

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel