Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 17

Maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2020

1.. De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget, zolang de cliënt gebruik maakt van de maatwerkvoorziening of gedurende de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt. 2.. De cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een in de verordening aangewezen algemene voorziening, zolang de cliënt gebruik maakt van de algemene voorziening. 3.. De bijdragen voor maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget en voor bij verordening aangewezen algemene voorziening zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het abonnementstarief voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen. 4.. Voor de eigen bijdrage voor beschermd wonen en opvang zijn artikel 2.1.4a, vijfde lid van de wet, hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de verordening van Arnhem voor beschermd wonen of opvang van toepassing. 5.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt, is verschuldigd door de in artikel 2.1.5, eerste lid, van de wet, bedoelde persoon of personen. 6.. De cliënt betaalt voor het gebruik van het collectief vervoer een ritbijdrage waarvan de hoogte gebaseerd is op de ritbijdrage die passagiers jonger dan 65 jaar moeten betalen bij deelname aan het regulier openbaar vervoer. 7.. De eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening opvang wordt vastgesteld en geïnd door het CAK.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel