Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 12.

Invordering vordering als gevolg van schending van de inlichtingenplicht door betaling

Onderdeel van Beleidsregel terugvordering Pw, Bbz 2004, Ioaw en Ioaz gemeente Halderberge

1. Indien invordering van een vordering als gevolg van schending van de inlichtingenplicht niet mogelijk is door verrekening, dan wordt de debiteur verzocht de gehele vordering binnen zes weken na de datum van verzending van de beschikking tot terugvordering in één termijn te voldoen. Daarbij wordt deze er op geattendeerd, dat er een betalingsregeling kan worden getroffen voor zover de debiteur daarom verzoekt én indien de debiteur door middel van bewijsstukken over zijn inkomen en vermogen aannemelijk maakt dat de vordering niet in één termijn kan worden voldaan. 2. Indien het college van oordeel is dat de vordering in één termijn kan worden voldaan vanwege de aanwezigheid van vermogen, wordt een verzoek om een betalingsregeling afgewezen en dient de debiteur de vordering in één termijn te voldoen uit het vermogen. 3. Indien een betalingsregeling als bedoeld in het eerste lid wordt getroffen, wordt uitgegaan van een beslagvrije voet van 95% van de geldende bijstandsnorm. 4. Op verzoek van de debiteur kan de hoogte van het maandelijks te betalen bedrag gelijk worden gesteld aan het bedrag dat ingevolge het bepaalde in de artikelen 475c, 475d, 475e en 475g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen als dat gunstiger is dan toepassing van een beslagvrije voet van 95%. 5. Indien een zodanige betalingsregeling wordt getroffen, dat de volledige vordering door de debiteur binnen twee jaar na de ingangsdatum van de betalingsregeling zal zijn afgelost, wordt in afwijking van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, ingestemd met die betalingsregeling. 6. Indien voor de uitvoering van beslagregeling de debiteur wordt gevraagd om informatie te verstrekken over diens inkomen en vermogen en de debiteur weigert om aan dat verzoek te voldoen, is de hoogte van het door de debiteur maandelijks te betalen bedrag gelijk aan het bedrag dat ingevolge art. 475g lid 2 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen. 7. Als de debiteur een verzoek heeft ingediend tot wijziging van een al vastgestelde betalingsregeling en door middel van bewijsstukken over zijn inkomen en vermogen aannemelijk heeft gemaakt dat aan die regeling niet langer kan worden voldaan, moet de debiteur de al vastgestelde betalingsregeling nakomen totdat is beslist op het verzoek tot wijziging van de al vastgestelde betalingsregeling. 8. Indien de vordering niet binnen de gegeven betalingstermijn is voldaan of een vastgestelde betalingsregeling niet of niet correct wordt nagekomen, volgen verdere invorderingsmaatregelen, niet zijnde een betalingsregeling. 9. Indien de debiteur niet tijdig tot een correcte betaling overgaat, en er reeds sprake is van een beslaglegging of een verrekening, wordt een gelegd beslag of een toegepaste verrekening niet ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel