1. Indien de belanghebbende van wie uitkering wordt teruggevorderd, niet voldoet aan hetgeen is bepaald in artikel 15 en een uitkering ontvangt, verrekent het college de teruggevorderde uitkering door middel van zo spoedig mogelijke inhouding op die uitkering, en wordt aan de debiteur uitstel van betaling verleend voor betaling van het volledige bedrag in één termijn, wat onverlet laat dat de debiteur de volledige teruggevorderde uitkering kan betalen aan het college.
2. Bij de verrekening wordt uitgegaan van een beslagvrije voet van 95% van de bijstandsnorm.
3. Op verzoek van debiteur kan de hoogte van het maandelijks te betalen bedrag gelijk worden gesteld aan het bedrag dat ingevolge het bepaalde in de artikelen 475c, 475d, 475e en 475g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen als dat gunstiger is dan toepassing van een beslagvrije voet van 95%.
4. Indien het recht op uitkering eindigt, en daarna wordt besloten om uitkering terug te vorderen over de periode voor de datum waarop de bijstand is beëindigd, wordt de gereserveerde vakantietoeslag met toepassing van het bepaalde in artikel 60, derde lid, van de Pw, en/of artikel 28, derde lid, van de Ioaw en/of Ioaz, niet uitbetaald maar wordt die verrekend met de nieuwe vordering nadat het daartoe strekkende terugvorderingsbesluit is genomen.
HOOFDSTUK 4
Artikel 16.
Invordering van vorderingen anders dan door schending van de inlichtingenplicht door verrekening
Onderdeel van Beleidsregel terugvordering Pw, Bbz 2004, Ioaw en Ioaz gemeente Halderberge