Voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt:
**a..** de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III waardering onroerende zaken;
**b..** een binnen de gemeente gelegen roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden;
**c..** een gedeelte van een roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
**d..** een samenstel van twee of meer roerende zaken, die duurzaam aan een plaats zijn gebonden of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
**e..** het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Artikel 4