In de Algemene Wet Bestuursrecht staat de algemeen geldende hardheidsclausule (art.4.84 Awb). Deze kan door het college toegepast worden.
Daarnaast is het college bevoegd af te wijken van deze beleidsregels indien toepassing zou leiden tot een ongewenst ruimtelijke of onredelijke situatie, die in strijd zou zijn met de doelstellingen van dit beleid, zoals het vergroten van ruimtelijke kwaliteit.
Ook kan het college medewerking verlenen als er sprake is van zwaarwegende omstandigheden.
Toelichting
Uit jurisprudentie blijkt dat de wettelijke regeling slechts zelden toegepast kan worden. De Afdeling zegt daarover: ‘De Afdeling is thans - anders dan voorheen en anders dan de burgemeester betoogt - van oordeel dat omstandigheden die bij het opstellen van een beleidsregel zijn verdisconteerd, dan wel moeten worden geacht te zijn verdisconteerd, niet reeds daarom buiten beschouwing kunnen worden gelaten. In de praktijk blijkt dat ook al heeft het betrokken bestuursorgaan bij het opstellen van de beleidsregel deze omstandigheden bezien, het daarmee niet heeft kunnen voorzien of deze omstandigheden alleen of tezamen in een concreet geval niettemin tot onevenredige gevolgen leiden. Het bestuursorgaan dient derhalve alle omstandigheden van het geval te betrekken in zijn beoordeling en dient te bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb die maken dat het handelen overeenkomstig de beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.”(ECLI:NL:RVS:2016:2840)
In de praktijk echter blijkt dat in bepaalde concrete gevallen de regels op zichzelf goed zijn, maar net in dat ene geval zodanig uitpakken dat het niet redelijk meer is. En het resultaat van de weigering haaks staat op wat beoogd werd. Oftewel: Het is niet uit te leggen. Daarom is hier een wat ruimer geformuleerde hardheidsclausule ingevoegd.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2