Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 18

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de voorbereiding van raadsvergaderingen 2010

1.. Tijdens de vergadering kunnen burgers meespreken over geagendeerde onderwerpen, teneinde de fracties van aanvullende informatie te voorzien. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een voorstel om een besluit te nemen over een bezwaar, ingediend tegen een door de raad genomen besluit;; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit, onder opgave van het onderwerp, vóór aanvang van de vergadering aan de RTG-griffier. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. De beschikbare spreektijd wordt door de voorzitter bepaald, met inachtneming van de voor de agenda beschikbare tijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. 7.. Wanneer leden van de commissie naar aanleiding van de inbreng van een spreker vragen hebben, stelt de voorzitter de spreker in de gelegenheid, deze kort te beantwoorden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel