Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing in de gemeente Ameland 2021

De heffingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a en b, zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de heffingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b, in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de heffingen verschuldigd over zoveel driehonderd vijf en zestigste gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde heffing als er in dat tijdvak, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven. Indien de belastingplicht met betrekking tot het eigendom voor de heffingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b, in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel drie honderd vijf en zestigste gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde heffing als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven. Het derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander belastingobject in gebruik neemt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel