Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING ARNHEM 2021

1.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht als bedoeld in het vorige lid in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel vijfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel vijfde gedeelten van de voor dat belastingtijdvak verschuldigde belasting als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd aan het begin van het belastingtijdvak. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd aan het einde van het belastingtijdvak. 6.. De belasting bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

Rechtspraak bij dit artikel