**1..** Wanneer bij een meervoudige voordracht niemand bij de eerste stemming een volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt een tweede stemming plaats.
**2..** Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats over de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben verkregen. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt over welke twee personen de derde stemming plaats zal vinden.
**3..** Als bij de tussenstemming of de derde stemming de stemmen staken, vindt een loting plaats. Bij deze loting worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter van het stembureau op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.
**4..** Deze briefjes worden, nadat zij door de andere twee leden van het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in de stembus gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter één briefje uit de stembus. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt is gekozen.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 3:
Artikel 73: