Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3:

Artikel 37:

Het woord voeren door insprekers

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam

1.. De raadscommissies kunnen inspreekavonden organiseren waarop insprekers met de leden in gesprek kunnen gaan. Deze inspreekavonden vinden op dinsdag vanaf 19.30 uur plaats. 2.. Aan het begin van de vergadering bij het agendapunt Inspreekmoment Publiek kunnen insprekers de gelegenheid krijgen om het woord te voeren. 3.. Voorafgaand aan de behandeling van een agendapunt kunnen insprekers de gelegenheid krijgen om over het desbetreffende onderwerp het woord te voeren. 4.. Een verzoek om tijdens de vergadering in te spreken wordt alleen in behandeling genomen als het is ingediend in de periode die twee weken vóór de vergadering van de desbetreffende commissie start en die 48 uur voor de vergadering eindigt. 5.. Het verzoek moet schriftelijk bij de commissiegriffier worden ingediend, voorzien zijn van de naam van de inspreker of de organisatie en het agendapunt moet zijn vermeld. Als gebruik wordt gemaakt van een vreemde taal of gebarentaal wordt dit eveneens in het verzoek kenbaar gemaakt. 6.. De commissievoorzitter beslist of de inspreker het woord kan voeren. Het verzoek wordt in elk geval afgewezen als: er zich voor dat agendapunt of voor het inspreken over een onderwerp dat niet is geagendeerd al drie insprekers of organisaties hebben aangemeld; de inspreker of de organisatie in de vergaderingen van de commissies voorafgaand aan dezelfde raadsvergadering al in de vergadering van een andere commissie het woord gaat voeren of heeft gevoerd; er voor dezelfde organisatie al een andere inspreker het woord gaat voeren of heeft gevoerd. 7.. Insprekers spreken in de Nederlandse taal of in de gebarentaal in. Bij inspreken in de gebarentaal wordt voorzien in een tolk. Alleen onder bijzondere omstandigheden kunnen insprekers in een vreemde taal inspreken als zij zelf zorgen voor een tolk. Als dit niet mogelijk is, spant de gemeente zich in om voor een tolk te zorgen. 8.. De insprekers krijgen maximaal drie minuten spreektijd. De commissievoorzitter bepaalt aan de hand van het aantal insprekers en de agendapunten per vergadering de uiteindelijke spreektijd. 9.. Op degenen die op grond van dit artikel zijn toegelaten het woord te voeren, zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing. 10.. Als het verzoek om in te spreken is afgewezen, kunnen insprekers tot 24 uur voor de vergadering hun inbreng schriftelijk bij de commissiegriffier indienen. De inbreng wordt aan de leden van raadscommissie toegezonden en in het raadsinformatiesysteem geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel