Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2:

Artikel 63:

Besloten vergadering

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam

1.. De vergadering kan op elk ogenblik worden onderbroken door een vergadering met gesloten deuren vanwege en belang vanwege een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet in strijd zijn met het besloten karakter van de vergadering. 2.. De voorzitter beslist wie er bij de besloten vergadering aanwezig mag zijn. Ambtenaren van de burgemeester of het college worden alleen toegelaten voor zover dat voor de ondersteuning nodig is. De burgemeester of een lid van het college dient daartoe een gemotiveerd verzoek in. 3.. Nadat de deuren gesloten zijn, mag de vergadering niet meer worden verlaten en wordt er ook niemand meer toegelaten tot het besloten deel van de vergadering ten einde is. 4.. Vóór afloop van de besloten vergadering beslist de raad of omtrent het behandelde geheimhouding wordt opgelegd. Deze geheimhouding kan de raad in een besloten vergadering opheffen. 5.. De voorzitter doet binnen 24 uur na afloop van een zitting waarin over enig punt geheimhouding is opgelegd, bij vertrouwelijk schrijven aan alle leden van de raad mededeling van de opgelegde geheimhouding. 6.. Als de raad voornemens is een opgelegde geheimhouding op te heffen, zonder dat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd een daartoe strekkend voorstel heeft gedaan, wordt het orgaan daarover geïnformeerd. Op verzoek van het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd kan de raad in een besloten vergadering met dat orgaan over de opheffing overleg voeren.

Rechtspraak bij dit artikel