Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3:

Het presidium

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam

1.. Er is een presidium dat bestaat uit een voorzitter en vier leden. 2.. De voorzitter van het presidium is de plaatsvervangend voorzitter van de raad en is belast met de waarneming als bedoeld in artikel 77, eerste en tweede lid van de Gemeentewet. De vier leden van het presidium worden door de raad uit zijn midden benoemd. 3.. Het presidium is het dagelijks bestuur van de raad en heeft onder andere tot taak: onderwerpen ter bespreking in het fractievoorzittersoverleg en het commissievoorzittersoverleg aan te dragen; overleg met het college te voeren over de werkwijze tussen de raad en het college; op verzoek van de raad of een commissie een ad hoc werkgroep in te stellen; toezicht te houden op het voorbereiden en opstellen van de agenda en de stukken; toezicht te houden op zaken van bedrijfsvoeringstechnische en huishoudelijke aard; het inwerkprogramma voor de nieuwe raad en jaarlijks een programma voor permanente educatie voor de raad vast te stellen; om namens de raad de representatieve taken te verrichten als representatie gewenst is; om namens de raad ten aanzien van de directeur van de rekenkamer, de ombudsman en de gemeenteaccountant de rechtspositionele bevoegdheden en andere taken rondom hun rechtspositie te vervullen; het jaarlijks aan de raad uitbrengen van verslag over zijn werkzaamheden. 4.. Het presidium vergadert zo vaak als hij dat nodig oordeelt. De voorzitter van de raad kan als adviserend lid bij die vergaderingen aanwezig zijn. 5.. De vergaderingen van het presidium zijn besloten. Aan de leden van de raad wordt na elke vergadering een openbare uitslagenlijst toegezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel