Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2:

Artikel 66:

Stemming

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam

1.. Nadat de beraadslaging is gesloten vraagt de voorzitter of stemming wordt verlangd. Als dit niet het geval is en ook de voorzitter stemming niet nodig acht, is het voorstel aangenomen. 2.. Stemmingen vinden plaats nadat de beraadslaging over alle onderwerpen op de agenda is gesloten. Tijdens de stemming hanteert de voorzitter per onderwerp de volgende volgorde: Subamendementen, de meest verstrekkende eerst; Amendementen, de meest verstrekkende eerst; Voorstel als geheel; Moties. 3.. Op voorstel van de voorzitter of van één of meer leden van de raad kan de raad een andere volgorde vaststellen. 4.. De voorzitter deelt na afloop van de stemming de uitslag mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en de naam van de fracties of leden van de raad. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel