Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3:

Artikel 26:

Opening vergadering, agenda en volgorde van de onderwerpen

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam

1.. Ieder lid van de commissie kan voorstellen doen tot behandeling van onderwerpen die niet op de agenda staan met uitzondering van initiatiefvoorstellen. Het lid van de commissie dient het voorstel daartoe minstens vijf werkdagen voor de vergadering schriftelijk bij de commissiegriffier in. 2.. Ieder lid van de commissie, het college of de burgemeester kan gebruikmaken van de actualiteit om een onderwerp te agenderen, als een onderwerp een zodanig spoedeisend karakter heeft dat beraadslaging in een volgende vergadering overbodig of niet meer aan de orde zou zijn. 3.. Aan het begin van de vergadering doen de commissievoorzitter, de leden van de commissie, de burgemeester en de leden van het college de mededelingen die zij noodzakelijk achten, stelt de commissie de agenda vast en beslist de commissie over de te hameren onderwerpen. 4.. De commissie beslist bij de vaststelling van de agenda of de actualiteit behandeld wordt. 5.. Op voorstel van de commissievoorzitter, één of meerdere leden van de commissie, de burgemeester, het college of één of meer leden van het college kunnen bij de vaststelling van de agenda onderwerpen van de agenda worden afgevoerd. 6.. Na de vaststelling van de agenda, worden de notulen vastgesteld, komt de actielijst, de bestuurlijke lange termijnagenda, de terkennisnamelijst en de lijst met stukken van de stadsdeelcommissies aan de orde, kunnen insprekers het woord te voeren en worden de actualiteiten en de rondvraag behandeld. Tot slot wordt beraadslaagd over de onderwerpen.

Rechtspraak bij dit artikel