Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3:

Artikel 31:

Het spreken in de commissie

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam

1.. Een lid van de commissie voert pas het woord als hij dit aan de commissievoorzitter heeft gevraagd en de commissievoorzitter het woord heeft verleend. Dit doet de commissievoorzitter in de volgorde waarin het woord is gevraagd. 2.. Van de volgorde kan worden afgeweken als een lid van de commissie het woord vraagt voor een persoonlijk feit of voor het indienen van een voorstel van orde. 3.. Een voorstel van orde kan zowel door de commissievoorzitter als door een lid van de commissie worden gedaan. De commissie beslist over het voorstel van orde. 4.. De commissievoorzitter verleent het woord voor een persoonlijk feit pas als een voorlopige aanduiding van dat feit is gegeven. De commissievoorzitter beslist of iets een persoonlijk feit vormt.

Rechtspraak bij dit artikel