Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 83:

Het mondelinge vragenuur

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam

1.. Ieder lid van de raad kan de burgemeester of het college in het vragenuur mondelinge vragen stellen. 2.. Een verzoek tot het stellen van mondelinge vragen tijdens het vragenuur wordt alleen in behandeling genomen als het schriftelijk tussen maandag 09:00 uur in de week van de vergadering tot 10.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffier is ingediend en een omschrijving bevat van het onderwerp waarover inlichtingen wordt verlangd. 3.. Een verzoek tot het stellen van mondelinge vragen wordt zo spoedig mogelijk, met een omschrijving van het onderwerp, aan de leden van de raad, het presidium en de burgemeester of het college gezonden en in het raadsinformatiesysteem geplaatst. 4.. Bij meerdere vragen over hetzelfde onderwerp mag alleen de eerste indiener de vragen stellen. 5.. Het presidium beslist welke van de vragen mogen worden gesteld. Vragen worden niet gesteld indien: over hetzelfde onderwerp voor de indiening van de mondelinge vraag reeds schriftelijke vragen zijn gesteld en de termijn voor beantwoording nog niet is verstreken; de vragen niet onder de bevoegdheid van de burgemeester of het college vallen; de vragen betrekking hebben op een onderwerp dat voor dezelfde raadsvergadering is geagendeerd; de vragen in eerdere beraadslagingen aan de orde zijn geweest en de feiten en omstandigheden ongewijzigd zijn gebleven, dan wel geen nieuwe relevante feiten of omstandigheden aan de orde zijn. 6.. Bij het stellen van de vragen krijgt de indiener in de eerste termijn maximaal twee minuten het woord. De burgemeester of het college krijgt daarna maximaal drie minuten om de vragen te beantwoorden. In de tweede termijn krijgt de vragensteller maximaal één minuut om aanvullende vragen te stellen. De burgemeester of het college krijgt maximaal twee minuten om te antwoorden. 7.. De voorzitter kan andere leden van de raad, ieder voor maximaal één minuut, het woord geven om vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. De burgemeester of het college krijgt maximaal twee minuten om te antwoorden. Daarbij geeft de burgemeester of het college na iedere vraag een antwoord. 8.. Tijdens het vragenuur zijn interrupties niet toegestaan, kunnen geen moties worden ingediend en kan geen verzoek worden gedaan tot het houden van een interpellatie. 9.. Het vragenuur duurt maximaal een uur. Onderwerpen die aan het einde van het vragenuur nog niet aan de orde zijn gekomen, komen te vervallen.

Rechtspraak bij dit artikel