Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK

Artikel 4

Beheer, uitoefening bevoegdheden en verlenen van volmacht

Onderdeel van Bankreglement van de Gemeentelijke Kredietbank Utrecht

1.. Het beheer en de dagelijkse bedrijfsvoering van de KBU vinden plaats onder verantwoordelijkheid van het College en zijn opgedragen aan het Hoofd van de afdeling Werk en Inkomen (IRM) 2.. Het college verleent mandaat aan het hoofd van de afdeling Werk en Inkomen (IRM) voor de bevoegdheid tot het vaststellen van de kredietvergoedingen als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 5, van dit reglement en met inachtneming van het bepaalde in artikel 30, tweede lid. 3.. Het hoofd van de afdeling Werk en Inkomen (IRM) kan, in overeenstemming met de geldende mandaatregeling van de gemeente Utrecht, ondermandaat verlenen aan medewerkers die uit hoofde van hun functie zijn belast met de dagelijkse uitvoering van de taken genoemd in het vierde lid. Het onder-mandaat geldt voor de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op aanvragen van kredietverlening, schuldhulpverlening en Budgetbeheer alsmede voor de bevoegdheid tot het nemen van besluiten tot het aangaan van kredietovereenkomsten, overeenkomsten tot schuldregeling en overeenkomsten tot budgetbeheer en budgetbegeleiding. 4.. Het hoofd van de afdeling Werk en Inkomen (IRM) kan de volmacht om de gemeente Utrecht te vertegenwoordigen bij het ondertekenen van overeenkomsten en andere privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met de uitoefening van de in artikel 3 genoemde taken delen met medewerkers die uit hoofde van hun functie zijn belast met de dagelijkse uitvoering van deze taken, voor zover het betreft: het verlenen van kredieten in de zin van artikel 15; het afwijzen van aanvragen in de zin van artikel 20; het aangaan van kredietovereenkomsten in de zin van artikel 21, eerste lid; het overgaan tot vervroegde invordering in de zin van artikel 31; het verlenen van kwijtschelding in de zin van de artikelen 32 en 33; het verrichten van werkzaamheden ter zake van schuldregeling in de zin van artikel 34; het afwijzen van aanvragen in de zin van artikel 37; het aangaan van overeenkomsten tot schuldregeling in de zin van artikel 38, eerste lid; het afwijzen van aanvragen in de zin van artikel 45; en het aangaan van overeenkomsten tot budgetbeheer en budgetbegeleiding in de zin van artikel 46, eerste lid. Het aangaan van overeenkomsten tot gebruik van het Huishoudboekje in de zin van artikel 58,

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel