**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
b kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen [ ten behoeve van recreatief nachtverblijf].
c vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar.
d volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen.
e Vervallen.
f Vervallen.
g Vervallen.
**2.** Voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.
**3.** Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
a Vervallen;
b mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen op campings bepaald op 3 personen;
c mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op seizoenstandplaatsen op campings bepaald op 3 personen;
d mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op seizoenstandplaatsen op minicampings bepaald op 2,5 personen.
**4.** Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt:
b. Vervallen;
c. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen op campings bepaald op 70 personen;
d. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op seizoenstandplaatsen op campings bepaald op 60 personen;
e. ingeval verblijf wordt gehouden in mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op minicampings bepaald op 53,4 personen.
Artikel 5
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2011