Naar hoofdinhoud
1 . Voorwerp van de belasting is een perceel. 2 . Als perceel wordt aangemerkt: a . de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b . de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c . een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d . een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e . het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Rechtspraak bij dit artikel