Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.3

Aflossing als lening verstrekte algemene bijstand

Onderdeel van Debiteurenplan gemeente Dalfsen 2020

1.3.1. Aflossing als lening verstrekte algemene bijstand Bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Als voorwaarde kan bijvoorbeeld een bepaalde termijn worden gesteld waarbinnen in ieder geval de boedelscheiding in gang moet zijn gezet. Aflossing van de lening vindt plaats direct nadat de belanghebbende over de middelen beschikt. Zijn de vrijgekomen middelen onvoldoende voor de (totale) aflossing van de lening, kan het restant worden omgezet in bijstand om niet. 1.3.2. Verkrijgen van zekerheden (krediethypotheek) Voor meer zekerheid van de aflossing van algemene bijstand verstrekt in de vorm van een lening aan een woningeigenaar, kan een hypotheekrecht of pandrecht worden gevestigd (artikel 48, derde lid en artikel 50 Participatiewet). Het college maakt gebruik van deze mogelijkheid. (Het vestigen van een krediethypotheek komt ongeveer één keer per twee jaar voor.) Deze lening bedraagt ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden (minus opgebouwd vermogen in (kapitaal)verzekeringen) en met het vrij te laten vermogen genoemd in artikel 34, tweede lid aanhef en onder sub d Participatiewet. In de acte wordt tevens het rentepercentage opgenomen. Belanghebbende is verplicht medewerking te verlenen aan het vestigen van een krediethypotheek. Indien belanghebbende bij de aanvraag om algemene bijstand weigert mee te werken aan de vestiging van een krediethypotheek, dan dient de aanvraag te worden afgewezen op grond van vermogen. Heeft bijstandsverlening inmiddels plaatsgevonden en verleent belanghebbende alsnog zijn medewerking niet, dan dient de uitkering te worden ingetrokken op grond van vermogen. Tevens dient de verstrekte bijstand te worden teruggevorderd op grond van art. 58 lid 2, onder a Participatiewet (de verstrekte bijstand is onmiddellijk opeisbaar). Tenzij de bijstand als lening is verstrekt, dan vindt terugvordering plaats op grond van artikel 58, lid 2 onder b van de Participatiewet. De economische waarde van de woning wordt op het moment van aanvraag in principe vastgesteld op de geldende WOZ-waarde. Als het college bepaalt dat dit niet redelijk is, dan kan de woning worden getaxeerd door een gecertificeerde makelaar. De kosten van taxatie en het vestigen van de krediethypotheek komen in aanmerking voor bijzondere bijstandsverlening om niet. Het college kan bij verhuizing naar een andere koopwoning wegens dringende redenen in bijzondere gevallen besluiten de lening te handhaven. Voorwaarde is dan dat belanghebbende hiertoe vooraf een verzoek indient, dat belanghebbende het vrij gekomen vermogen volledig gebruikt voor de aanschaf van de nieuwe woning en dat belanghebbende meewerkt aan het vestigen van een recht van hypotheek op de nieuwe woning. AFLOSSING Aflossing in één keer - Als de belanghebbende de woning verkoopt moet de lening direct volledig worden terugbetaald. - Bij overlijden van belanghebbende, of bij een echtpaar na overlijden van de langst-levende- partner, moet de lening direct volledig worden terugbetaald. - Bij faillissement moet de lening volledig worden terugbetaald. - Wanneer na verkoop van de woning nog een (niet verwijtbare) schuld resteert, wordt deze kwijtgescholden. Aflossing per maand (als huis nog niet is verkocht) - De aflossing vindt plaats na beëindiging van de bijstand met 35% van het besteedbaar inkomen boven de voor de debiteur toepasselijke bijstandsnorm , inclusief vakantietoeslag. - De eerste tien jaar na beëindiging van de bijstandsverlening is de lening renteloos. - Na tien jaar, gerekend vanaf het moment van beëindiging van de bijstandsverlening, wordt het restant van de openstaande lening rentedragend. Het rentepercentage wordt vastgesteld op de wettelijke rente min 3%. Wettelijke rente De wettelijke rente voor consumenten wordt vastgesteld bij Algemene Maatregel van Bestuur en gepubliceerd in het Staatsblad. Vanaf 1 januari 2020 is de wettelijke rente 2%. Bij negatieve rente wordt deze niet vergoed n.a.v. krediethypotheek. De hoogte van de aflossing wordt jaarlijks, in principe, voor de duur van één jaar, vastgesteld. Om de cijfers actueel te krijgen wordt debiteur verzocht zijn/haar inkomensgegevens te verstrekken. Uitzondering hierop zijn debiteuren die een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben of die ouder zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd. Hierbij wordt de betalingscapaciteit eenmalig vastgesteld omdat het inkomen alleen stijgt met de indexering. Mocht er een wijziging komen in de persoonlijke omstandigheden dan wordt de situatie opnieuw bezien. VOORBEELD AFLOSSING krediethypotheek Berekening aflossingscapaciteit januari 2016 Inkomen AOW € 1075- Inkomsten pensioen € 150,- Subtotaal € 1225,- PW pensioengerechtigde incl vt € 1093,- Totaal verschil € 132,- Betalingscapaciteit per maand 35% € 46,- =============== Het saldo van de openstaande lening per 1 januari 2020 bedraagt € 4.000,-. Rente is 2% De te betalen rente bedraagt dan 2% van € 4.000,- : 12 = € 7,- per maand. Per saldo blijft dan voor de aflossing ter beschikking: € 46,- - € 7,- = € 39,-. HERONDERZOEK aflossing bij krediethypotheek Een heronderzoek vindt eens in de 12 maanden plaats. Uitzondering hierop zijn debiteuren die een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben of die ouder zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd of een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben. Tussentijds is bijstelling van het aflossingsbedrag ook mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel