Een bijstandsvordering op een persoon kan op verschillende manieren ontstaan. Dit kan zijn:
op grond van artikel 58, lid 1 en lid 2, sub a Participatiewet, indien er naar aanleiding van een herziening-, intrekkings- of afstemmingsbesluit ten onrechte of een te hoog bedrag aan bijstand (algemene en bijzondere bijstand (inclusief individuele inkomenstoeslag en studietoeslag) is verleend;
op grond van de in artikel 58 Participatiewet, lid 2 aanhef en onder sub b tot en met f genoemde omstandigheden, waaronder de terugvordering van een geldlening, borgtocht, verleende voorschotten, onverschuldigde betalingen en achteraf verkregen middelen;
op grond van artikel 25 IOAW en IOAZ, lid 1 tot en met lid 3 genoemde omstandigheden, waaronder achteraf verkregen middelen;
op grond van het burgerlijk wetboek, waaronder die op grond van een rechterlijke uitspraak.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.1
Het ontstaan van een vordering
Onderdeel van Debiteurenplan gemeente Dalfsen 2020