In artikel 58, lid 5 Participatiewet staat dat het college bij niet tijdige betaling van de vordering deze kan verhogen met de afgedragen loonbelasting, premie volksverzekeringen en de vergoeding bedoelt in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet.
Het college bruteert in de volgende situaties:
Indien sprake is schending van de inlichtingenverplichting zoals neergelegd in artikel 17, lid 1 Participatiewet, en de vordering afgesloten kalenderjaren betreft, of op 31 december van het huidige kalenderjaar de netto vordering nog niet is afgelost;
Indien sprake is van achteraf verkregen middelen, zoals een erfenis die tot uitbetaling komt of achteraf toekennen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Indien sprake is van een BBZ-uitkering, inkomen is vrijgevallen.
Overige vorderingen binnen hetzelfde boekjaar die redelijkerwijs terugbetaald hadden kunnen worden.
In het besluit tot terugvordering moeten de afspraken met betrekking tot de terugbetaling worden vermeld met daarbij de mogelijkheid tot brutering als de afgesproken terugbetaling niet binnen het boekjaar heeft plaatsgevonden.