**1..** Gedeputeerde Staten verlenen aan de Directeur van BIJ12 mandaat tot het namens hen nemen van besluiten betreffende de verstrekking van subsidie op grond van de subsidieregeling.
**2..** Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, in acht genomen het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Awb, ziet tevens op de bevoegdheid tot:
het verstrekken van informatie over de werking van de subsidieregeling;
het in behandeling nemen en beoordelen van aanvragen;
het verstrekken van subsidie in de vorm van een geldbedrag tot het maximum van het subsidieplafond;
het nemen van besluiten tot weigeren van subsidie of het intrekken of wijzigen van subsidievaststellingsbeschikkingen;
het toepassen van artikel 4:5 van de Awb;
het opvragen van overige gegevens, indien de subsidieaanvraag daartoe aanleiding geeft;
het aan de subsidieverstrekking verbinden van verplichtingen als bedoeld in de
artikelen 4:37, 4:38 en 4:39 van de Awb;
het betalen van subsidiebedragen;
het opschorten van de verplichting tot betaling van subsidiebedragen uit het subsidieplafond;
het terugvorderen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen;
het nemen van overige ter zake van subsidiëring te nemen uitvoeringsbeslissingen, waaronder begrepen besluiten tot het afzien van terugvordering;
het ondertekenen van namens Gedeputeerde Staten genomen beschikkingen en overige correspondentie;
het vormen van archiefdossiers waarbij goed te reconstrueren is op basis van welke overwegingen de besluitvorming heeft plaatsgevonden.
**3..** Het mandaat, bedoeld in het eerste en tweede lid, ziet niet op het beslissen op bezwaarschriften en het behandelen van beroepschriften als bedoeld in artikel 6:4 van de Awb, die gericht zijn tegen de subsidieverstrekking.
**4..** De Directeur van BIJ12 kan ter uitoefening van een krachtens het eerste en tweede lid aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk ondermandaat verlenen aan een onder hem ressorterende unitmanager, coördinator en adviseur.
Artikel 2