Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond vast op:
€ 34.203,- voor de periode, genoemd in artikel 8, onder a;
€ 34.203,- voor de periode, genoemd in artikel 8, onder b;
€ 50.000,- voor de periode, genoemd in artikel 8, onder c;
€ 150.000,- voor de periode, genoemd in artikel 8, onder d;
€ 34.203,- voor de periode, genoemd in artikel 8, onder e.
Artikel 9