Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 10

- Ambtshalve kwijtschelding bijstand

Onderdeel van Beleidsregels Bbz 2004

1.. Het college kan besluiten tot ambtshalve kwijtschelding indien de belanghebbende: gedurende 60 maanden zijn aflossingsverplichting voor de teruggevorderde bijstand onafgebroken en naar draagkracht is nagekomen; bij onderbreking van het terugbetalingsverplichting kan de periode worden verlengd. gedurende een periode van twee jaar niet of zeer onregelmatig heeft afgelost op de vordering en de nog openstaande bedragen minder bedragen dan € 125,00. gedurende vijf jaar geen aflossingen aan een niet-verwijtbare vordering heeft gedaan en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment alsnog gaat verrichten. de in onderdeel c genoemde termijn bedraagt tien jaar indien sprake is van een verwijtbare vordering wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht. 2.. Wanneer artikel 13 Bbz 2004 bij de toekenning van de Bbz-uitkering van toepassing was, bedraagt de terugbetalingsperiode maximaal 10 jaar na beëindiging van deze uitkering. Deze termijn kan na schriftelijk verzoek met maximaal 3 jaar worden verlengd. Na het voldoen aan de afgesproken aflossingsbedragen kan het restant worden kwijtgescholden. 3.. Het college gaat niet over tot kwijtschelding: als er sprake is van dwanginvordering; als er sprake is van vermogen waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel