Naar hoofdinhoud
De aanvrager moet bij de vergunningaanvraag ten minste de volgende bescheiden overleggen: een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waaronder een overzicht van de aantallen en typen opgestelde kansspel- en/of behendigheidsautomaten; een op schaal weergegeven plattegrond van de speelautomatenhal waarop is aangegeven waar welke automaat is opgesteld; een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager gerechtigd is over de ruimte te beschikken; een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt(en) en van de beheerder(s); een bewijsstuk als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Speelautomatenbesluit 2000, waaruit blijkt dat de beheerder(s) en bedrijfsleider(s) beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving; een volledig ingevuld BIBOB-vragenformulier zoals deze door het openbaar bestuur is vastgesteld op grond van artikel 30 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel