De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 8 en 9, wordt vastgesteld op:
twintig procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de eerste categorie;
veertig procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de tweede categorie;
honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende één maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.