Aan het bestuur behoren onder meer de volgende taken en bevoegdheden:
Het vaststellen, wijzigen of intrekken van reglementen;
Het vaststellen van de begroting en de begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening van de dienst, zulks met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 6 van deze regeling;
Het vaststellen van de jaarlijks door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen;
Hetzij op verzoek, hetzij uit eigen beweging, advies uitbrengen aan de deelnemende gemeenten, over zaken betreffende de dienst;
Het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig is ter voorkoming van verlies of verjaring van recht of bezit;
Het beheren van de inkomsten en de uitgaven van de dienst;
De zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijke beheer en de administratie;
Het aangaan van geldleningen en het uitlenen van gelden, voor zover de financiële lasten door de begroting worden gedekt;
Het aangaan van rekening-courant overeenkomsten, op grond van bij afzonderlijk besluit vastgestelde maximum kredietbedragen;
Het aangaan van arbeidsovereenkomsten, het schorsen en ontslaan van personeel van de dienst;
Het vaststellen van de voorwaarden en de instructies voor personeel dat werkzaam is bij de dienst;
De aan- en verkoop van onroerende zaken, voor zover de financiële lasten door de begroting worden gedekt;
Het namens de colleges aangaan van overeenkomsten met zorgaanbieders.
Het aangaan van andere overeenkomsten noodzakelijk ter uitvoering van het in artikel 3 genoemde belang.
Hoofdstuk 3:
Artikel 12: