Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven voor:
het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt;
het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door maatschappelijke instellingen.
De afvalstoffenheffing bestaat uit:
een vast bedrag per jaar;
vermeerderd met een gedifferentieerd bedrag per keer dat afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden.
Artikel 3. Voorwerp van de belasting
Voorwerp van de belasting is een perceel.
Als een perceel wordt aangemerkt:
de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c en f, van de Wet waardering onroerende zaken;
de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaken dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeel, bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
Hoofdstuk
Artikel 2
Aard van de belasting en belastbaar feit
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2021