Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening rioolheffing 2021

1. De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afge­voerd. 2. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de voorlaatste aan het begin van het belas­ting­jaar voorafgaande verbruikspe­riode naar het perceel is toege­voerd of opgepompt. Ingeval de verbruikspe­riode niet gelijk is aan een perio­de van twaalf maanden, wordt de hoeveel­heid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 3. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompin­stalla­tie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afge­lezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveel­heid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wette­lijke bepaling. 4. De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel