Artikel 4.1. Melding hulpvraag
Jeugdigen en ouders kunnen een hulpvraag melden bij het gebiedsteam. Het gebiedsteam zorgt voor ondersteuning bij het verhelderen van de ondersteuningsbehoefte.
Het gebiedsteam bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk en wijst de jeugdige en zijn ouders voor het onderzoek, bedoeld in artikel 4.3 op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning.
In spoedeisende gevallen beslist het gebiedsteam na een melding onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke individuele voorziening of vraagt het gebiedsteam een voorlopige ondertoezichtstelling of spoedmachtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet aan in afwachting van de uitkomst van het onderzoek en de aanvraag van de jeugdige of zijn ouders.
Jeugdigen en ouders kunnen zich rechtstreeks wenden tot een algemene voorziening.
Artikel 4.2. Vooronderzoek
Het gebiedsteam verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 4.3., van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem en/of zijn ouders een afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het gebiedsteam de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en zijn ouders niet afzien van het opstellen van een familiegroepsplan, ondersteunt het gebiedsteam indien nodig daarbij.
Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het gebiedsteam alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het gebiedsteam voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen.
Het gebiedsteam kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid.
Artikel 4.3. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren.
Het gebiedsteam vergaart voldoende kennis over de voor het nemen van een besluit over jeugdhulp van belang zijnde feiten en af te wegen belangen. Het gebiedsteam onderzoekt in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger:
Wat de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s) is.
Of sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen en zo ja, welke problemen en stoornissen dat zijn.
Welke hulp naar aard en omvang nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
Of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) en van het sociale netwerk of andere instellingen die ondersteuning bieden toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden. Voor de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen wordt een afweging gemaakt tussen bijvoorbeeld de behoefte en de mogelijkheden van de jeugdige, de voor hem benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan, de mogelijkheden, de draagkracht en de belastbaarheid van zijn ouders, de samenstelling van het gezin en de woonsituatie en het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen. Toepassing van dit lid kan ertoe leiden dat geen gebruikelijke of bovengebruikelijke zorg wordt verstrekt.
Voor zover het onderzoek naar de nodige hulp, dan wel jeugdhulp specifieke deskundigheid vereist zal een specifiek deskundig oordeel en advies niet mogen ontbreken.
De jeugdige en/of zijn ouders zijn verplicht aan het onderzoek mee te werken.
Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het gebiedsteam dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.
Het gebiedsteam maakt bij zijn beoordeling zoveel mogelijk gebruik van relevante beoordelingsinstrumenten. Die zijn helpend en richtinggevend.
Het gebiedsteam informeert de jeugdige en/of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hun toestemming om hun persoonsgegevens te delen met de Dienst SoZaWe Nw. Fryslân.
Bij het onderzoek wordt aan de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor de verstrekking van een pgb. De jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger wordt in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Indien de jeugdige en/of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger met redenen omkleed aangeven dat het onderzoek geheel of gedeeltelijk te belastend is en de gebiedsteammedewerker het daarmee eens is, dan wordt door de gebiedsteammedewerker in samenspraak met de jeugdige en/of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger gezocht naar een alternatieve onderzoeksmethode.
Indien de jeugdige en/of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger bij herhaling hebben aangegeven geen medewerking te willen verlenen aan (een deel van) het onderzoek én zonder dit onderzoek de toegankelijkheid en passendheid van ondersteuning in de vorm van een individuele voorziening niet kan worden vastgesteld, dan kan (deels) negatief op de aanvraag worden besloten.
Het gebiedsteam kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders afzien van een gesprek.
Artikel 4.4. Verslag
Het gebiedsteam zorgt voor verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 4.3.
Wanneer het voornemen bestaat naar aanleiding van het onderzoek als bedoeld in artikel 4.3. een aanvraag in te dienen, verstrekt het gebiedsteam aan de jeugdige en/of zijn ouders dan wel aan zijn wettelijk vertegenwoordiger de advies en aanvraag maatwerkvoorziening Jeugdwet. Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daarom verzoeken, verstrekt het gebiedsteam eveneens het plan van aanpak en/of andere onderdelen uit het dossier.
Wanneer niet het voornemen bestaat naar aanleiding van het onderzoek als bedoeld in artikel 4.3. een aanvraag in te dienen, verstrekt het gebiedsteam indien de jeugdige en/of zijn ouders dan wel aan zijn wettelijk vertegenwoordiger daarom verzoeken het plan van aanpak en/of andere onderdelen uit het dossier.
Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger worden aan de advies en aanvraag maatwerkvoorziening Jeugdwet toegevoegd.
Artikel 4.6. Aanvraag
Het college merkt een ondertekend advies en aanvraag maatwerkvoorziening Jeugdwet aan als aanvraag. Iedere rechtstreeks belanghebbende kan een aanvraag indienen. Wanneer een minderjarige een aanvraag indient, is - wanneer deze nog niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen - toestemming van een wettelijk vertegenwoordiger vereist.
Wanneer er wordt geweigerd te tekenen komt er in principe geen aanvraag tot stand en zal de cliënt middels een schrijven hiervan op de hoogte worden gesteld.