Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 13

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening 1997

1. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; niet binnen één jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2. De beschikking tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de Monumentencommissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel