Op grond van artikel 10 van de verordening gelden de volgende regels over het gebruik van de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen:
a. de inzamelmiddelen zijn eigendom en in beheer van de gemeente Veere;
b. de gemeente en/of de inzameldienst is bevoegd om de minicontainer te voorzien van een chip en/of sticker (waarop bijvoorbeeld staat vermeld: een barcode, de afvalstroom waarvoor deze is bestemd, het volume ervan, een postcode, een plaatsnaam, een straatnaam en/of een huisnummer);
c. de door of namens de gemeente verstrekte inzamelmiddelen behoren bij de woning;
d. de gebruiker van een perceel dient zich tot de gemeente Veere te wenden bij verdwijning, vermissing of beschadiging van een inzamelmiddel en indien bij een verhuizing naar een perceel geen of een kapot inzamelmiddel wordt aangetroffen;
e. de inzamelmiddelen blijven eigendom van de verstrekker en worden bij normale slijtage voor haar rekening technisch onderhouden;
f. de gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik en het onderhoud van de in bruikleen ontvangen inzamelmiddelen als ware deze zijn eigendom;
g. de gebruiker is verplicht de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zodanig te gebruiken dat deze geen overlast voor derden veroorzaakt;
h. het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in minicontainers dient ordelijk te geschieden door plaatsing van de minicontainer op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de openbare weg, dan wel op een inzamel- of clusterplaats, zodanig dat het voetgangers- en overige verkeer niet wordt gehinderd of in de doorgang wordt belemmerd en gevaar of schade wordt voorkomen en waarbij aanwijzingen van de inzameldienst dienen te worden opgevolgd;
i. inzamelmiddelen dienen goed gesloten te zijn en er mag geen huishoudelijk afval uitsteken;
j. afvalstoffen welke ten onrechte of op een onjuiste wijze zijn aangeboden en welke na inzameling daardoor in de minicontainer zijn achtergebleven dienen onverwijld door de aanbieder uit de minicontainer te worden verwijderd;
k. het gewicht van de hoeveelheid afvalstoffen en het eigen gewicht van de ter lediging aangeboden minicontainer mag in zijn totaliteit niet zwaarder zijn dan 75 kilogram;
l. het is verboden afvalstoffen naast het inzamelmiddel te plaatsen;
m. in een inzamelmiddel mogen uitsluitend die categorieën afvalstromen ter inzameling worden aangeboden, waarvoor het inzamelmiddel is bestemd;
n. grof huishoudelijk afval, grof tuinafval, kringloopgoederen en elektrische/elektronische apparatuur worden op afroep op de in bijlage II vermelde dagen ingezameld, deze categorieën mogen slechts worden aangeboden op de dag van inzameling vanaf 06.00 en uiterlijk vanaf 07.30 uur buiten staan;
o. grof huishoudelijk afval en grof tuinafval dient in handzame bundels of pakketten van maximaal 25 kilogram aangeboden te worden;
p. grof huishoudelijk afval (met uitzondering van meubels) en grof tuinafval mag niet groter zijn dan 60x60x120 cm.
q. Kerstbomen (geen kunstbomen) moeten zijn ontdaan van niet composteerbare materialen zoals verlichting, versiering, potten en/of stukken hout
Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende regels voor het gebruik van een inzamelvoorziening:
a. in een inzamelvoorziening mogen uitsluitend die categorieën afvalstromen ter inzameling worden aangeboden, waarvoor de inzamelvoorzieningen zijn bestemd;
b. de van gemeentewege verstrekte afvalpas dient om de hiervoor aangegeven inzamelvoorziening(en) te openen;
c. per perceel worden maximaal 2 passen verstrekt, de eerst pas is gratis en tweede pas is tegen betaling van legeskosten;
d. de door of namens de gemeente verstrekte passen behoren bij de woning
e. de gebruiker van een perceel, aan wie mede ten behoeve van zijn perceel een inzamelvoorziening is aangewezen, draagt er zorg voor, dat na het inbrengen van het afval, de inwerpopening van de verzamelcontainer wordt gesloten;
f. de afvalstoffen mogen in geen geval de vulopening of klep blokkeren, zodat iedere volgende aanbieder op normale wijze gebruik kan maken van de voorziening;
g. het is verboden afvalstoffen naast de inzamelvoorziening te plaatsten;
h. bij het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij de inzamelvoorziening wordt de omgeving niet verontreinigd en wordt gevaar of schade voorkomen.
Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende regels voor het gebruik van een inzamelvoorziening op wijkniveau vastgesteld:
a. in een inzamelvoorziening mogen uitsluitend die categorieën afvalstromen ter inzameling worden aangeboden, waarvoor de inzamelvoorzieningen zijn bestemd;
b. glas dient in de daarvoor bestemde glascontainers op wit, groen en bruin gescheiden te worden gedeponeerd;
c. textiel dient in een gesloten plastic zak te worden gedeponeerd in de daarvoor bestemde textielcontainers;
d. indien voor de inzameling van plastic en metalen verpakkingen en drank- en zuivelpakken plastic zakken worden gebruikt dan dienen deze doorzichtig te zijn;
e. de afvalstoffen mogen in geen geval de vulopening of klep blokkeren, zodat iedere volgende aanbieder op normale wijze gebruik kan maken van de voorziening;
Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende regels voor het gebruik van een inzamelvoorziening op wijkniveau vastgesteld:
a. voor de inzameling van klein gevaarlijk afval zoals vermeld op de KGA-lijst moet gebruik worden gemaakt van de milieustraat;
b. bij de afgifte van afvalstoffen op de milieustraat zijn acceptatievoorwaarden van de Zeeuwse ReinigingsDienst (ZRD) van toepassing;
c. de ontdoener van afvalstoffen moet zich bij de milieustraat kunnen legitimeren;
d. voor fijn huishoudelijk restafval een minicontainer met een inhoud van 180 liter, met uitzondering van de huishoudens van de percelen als aangegeven in bijlage Ib
e. voor fijn huishoudelijk restafval van huishoudens van de percelen als aangegeven in bijlage Ib de (ondergrondse) verzamelcontainer;
f. voor gft een minicontainer met een inhoud van 180 liter, met uitzondering van de huishoudens van de percelen als aangegeven in bijlage Ib.
g. voor oud papier en karton de papiercontainers op de milieustraten en de door de kerken, scholen en/of verenigingen beschikbaar gestelde brenglocaties (opslagruimte/schuur/container);
h. voor glas de van gemeentewege in elke kern geplaatste collectieve (ondergrondse) inzamelmiddelen op de locaties als aangegeven in bijlage Ia;
i. voor plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons de van gemeentewege in elke kern geplaatste (ondergrondse) inzamelmiddelen op de locaties als aangegeven in bijlage Ia;
j. voor textiel de textielcontainers op de milieustraten en de containers ter hoogte van de overgang Koestraat/Oude Zandweg te Westkapelle;
k. de huishoudens waar gebruik wordt gemaakt van een inzamelmiddel zoals aangegeven in artikel 7, lid 1 en 3 kunnen de beschikking krijgen van extra inzamelmiddel, met dien verstande dat:
- dat voor een extra inzamelmiddel moet worden betaald;
- deze inzamelmiddelen apart moeten worden aangevraagd;
- deze heffing wordt vastgesteld in de Verordening Afvalstoffenheffing.
Op grond van artikel 10 van de verordening worden de volgende regels voor het aanbieden van luierafval bij een inzamelvoorziening op wijkniveau vastgesteld:
a. voor de inzameling van luiers kunnen ouders van kinderen tot de leeftijd van drie jaar een luierpas aanvragen ten behoeve van het gebruik van een verzamelcontainer voor huishoudelijk restafval op wijkniveau;
b. deze luierpas een geldigheidsduur heeft van maximaal drie jaar;
c. de aanvrager inwoner van de gemeente Veere moet zijn;
d. het luierafval verpakt moet zijn in plastic zakken ter voorkoming van stank en om de container inwendig zo veel mogelijk schoon te houden.
Artikel 7.
Wijze en plaats van aanbieding
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Gemeente Veere 2021