De commissie is bevoegd om binnen het budget volgens de gemeentebegroting uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.
Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:
a. De vergoedingen van de leden;
b. Externe deskundigen die door de rekenkamer zijn ingeschakeld;
c. De vergoedingen als bedoeld in artikel 5, lid 3;
d. Eventuele overige uitgaven die de rekenkamercommissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.
De commissie doet jaarlijks voor 1 april van het voorafgaande jaar een voorstel aan de raad voor de nodige middelen voor goede uitoefening van haar taken. De commissie kan de raad daarnaast incidenteel verzoeken om additionele middelen beschikbaar te stellen.
De commissie verantwoordt de baten en lasten in het jaarverslag als bedoeld in artikel 185, derde lid, van de wet.
De griffier of secretaris treedt op als budgethouder.