**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
**2..** Het verbod is niet van toepassing op openbare inrichtingen die op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling reeds geëxploiteerd worden en zich in of bij die inrichting in de zes maanden daaraan voorafgaand geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan.
**3..** De burgemeester kan de vergunning weigeren als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
**4..** De burgemeester kan de vergunning voorts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
**5..** Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling;
museum; of
bedrijfskantine of -restaurant.
**5..** Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd als één of meer van de beoogde exploitanten:
onder curatele staat;
de leeftijd van éénentwintig jaar nog niet heeft bereikt;
in enig opzicht van slecht levensgedrag is zoals bedoeld in de Alcoholwet.
**6..** Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf
Artikel 2:28