In deze afdeling wordt verstaan onder:
Houtopstand: één of meer bomen, boomvormers, hakhout of andere houtachtige gewassen.
Vellen: kappen, rooien, verplanten, het snoeien van meer dan 30% van het kroonvolume, alle handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand ten gevolge hebben.
Dunning: vellen dat uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd.
Knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud.
Percelen: grondgebied bestaande uit aaneengesloten voor-, achter- en zijtuinen bij woningen inclusief bebouwing, dat een zelfstandige eenheid vormt.
Boom effect analyse (Bea): rapportage waarin beschreven wordt wat het effect is van een werk of ingreep binnen de boombeschermingszone.
Beheerplan: document waarin voor een terrein of perceel wordt beschreven welke doelen worden nagestreefd voor de instandhouding, het herstel en/of de ontwikkeling van bos- en/of natuurwaarden.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf
Artikel 4:10