Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden met een woonschip ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in openbaar water met uitzondering van: het gedeelte van de Woensdagse Watering gelegen langs de Hogeweg tussen de Nachtegaalslaan en de provinciale weg N206. Het maximum aantal woonschepen dat aldaar is toegestaan bedraagt drie; het gedeelte van de Leidsevaart gelegen tussen de ’s Gravendamseweg en Halfweg. Het maximum aantal woonschepen dat aldaar is toegestaan bedraagt negenentwintig. 2.. Het is verboden zonder vergunning van het college in het openbaar water met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen. 3.. Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor het innemen van een ligplaats voor een periode van ten hoogste 48 uur (passantenligplaats) met dien verstande dat passanten uitsluitend ligplaats mogen innemen aan de kade van de Schiestraat en aan de kade van de Leidsevaart ter hoogte van de Vogelsloot op de daartoe aangegeven plaatsen. 4.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente; in het belang van een veilig en doelmatig gebruik van de betreffende watergang; indien de beschikbare ruimte onvoldoende is; indien het betreffende vaartuig een onevenredig beslag zou leggen op de beschikbare ruimte voor het afmeren van vaartuigen; wegens strijd met een bestemmingsplan. 5.. De verboden in het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 6.. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 7.. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel