**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan door het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven die openbare plaats.
**2..** [vervallen]
**3..** Het verbod is niet van toepassing op:
voorwerpen die worden geplaatst in het kader van evenementen waarvoor vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2:25;
strandbedden, strandstoelen, windschermen en parasols in het kader van tijdelijke verhuur hiervan aan badgasten, voor zover geplaatst door of namens degene die op grond van een huurovereenkomst gerechtigd is tot het op het betreffende deel van het strand plaatsen van de bedoelde voorwerpen;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
inzamelmiddelen voor afvalstoffen voor zover de wijze van plaatsing daarvan is geregeld in de Afvalstoffenverordening;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
**4..** Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen, mits wordt voldaan aan de krachtens het vijfde lid gestelde algemene regels:
voorwerpen of stoffen die, incidenteel, na zonsopgang op een openbare plaats niet zijnde een rijbaan of betaald parkeerplaats worden geplaatst en diezelfde dag voor zonsondergang weer zijn verwijderd;
een op het strand geplaatste tafel, bank, kist of paal dan wel een op het strand geplaatst windscherm of strandtentje;
de door of namens de gemeente geplaatste aanplakborden of digitale panelen in het kader van verkiezingen van publiekrechtelijke organen;
bouwwerken ten behoeve van infrastructuur of openbare voorziening zoals bedoeld in artikel 2.27 lid 2 onder j of artikel 2.29 onder p van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
borden in het kader van een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit of een tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- en waterbouw als bedoeld in artikel 2:27 lid 2 onder j of artikel 2.29 onder q van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
bouwsteigers als bedoeld in artikel 2.27 lid 2 onder j of artikel 2.29 onder q van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijvoorbeeld steigers ten behoeve van de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden, voor zover niet langer aanwezig dan 14 dagen;
een puinbak of container met inbegrip van de daarin opgeslagen roerende goederen mits niet langer aanwezig dan 14 dagen;
vlaggen, wimpels, vlaggenmasten en spandoeken;
kerstbomen, geplaatst en aanwezig in de periode 1 december tot en met 30 december;
nader door het college aan te wijzen voorwerpen.
**5..** Het college stelt algemene regels vast betreffende de wijze van plaatsing van de categorieën voorwerpen, bedoeld in het vierde lid.
**6..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd:
als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
** 7. .** De weigeringsgrond, bedoeld in het zesde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. De weigeringsgrond, bedoeld in het zesde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. De weigeringsgrond, bedoeld in het zesde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
**8..** In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
**9..** Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf
Artikel 2:10