Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2.. De vergunningsplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor: kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen en het spelen van een spel als bedoeld in artikel 2:38a (speelgelegenheid); betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; een wedstrijd op de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 3.. De vergunningsplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor: activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 (straatartiest), bioscoop- en theatervoorstellingen, voor zover plaatsvindend binnen een bioscoop of theater, sportwedstrijden voor zover plaatsvindend binnen de grenzen van een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer en niet zijnde vechtsportwedstrijden of –gala’s, het in een kerkgebouw geven van een concert, muziekvoorstelling, theatervoorstelling, tentoonstelling of lezing, elke verrichting van vermaak als onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering voor zover deze plaatsvindt in een gebouw behorende tot een inrichting zoals bedoeld in de Wet milieubeheer, voor zover daarbij, naar het oordeel van de burgemeester, in redelijkheid mag worden verwacht dat er daarbij niet voor verstoring van de openbare orde hoeft te worden gevreesd. 4.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd als één of meer van de aanvragers of organisatoren: onder curatele staat; in enig opzicht van slecht levensgedrag is zoals bedoeld in de Alcoholwet. 5.. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel