Zoals al is aangegeven in de inleiding van dit uitvoeringsprogramma is de Wabo in 2016 gewijzigd. Naast de verplichting van gemeenten om uitvoeringsbeleid en een uitvoeringsprogramma vast te stellen, zijn in het kader van de wet ook kwaliteitscriteria ontwikkeld; de zogenaamde kwaliteitscriteria 2.1. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) door gemeenten en provincies in het omgevingsrecht verder te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over het proces, de inhoud en de kritieke massa. In 2019 zijn de kwaliteitscriteria geactualiseerd en is versie 2.2 vastgesteld.
Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat de gemeente in staat is om de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren. De kwaliteitscriteria maken inzichtelijk welke kwaliteit van de VTH-taken burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden mogen verwachten. Door te voldoen aan de criteria, zorgt het bevoegd gezag ervoor dat de gewenste kwaliteit wordt geleverd.
De kwaliteitscriteria zijn op verschillende niveaus beschreven. Deels hebben ze betrekking op de organisatie en deels op de medewerkers. Voor de organisatie betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus moet zijn om de kwaliteit te borgen, er een inhoudelijke ondergrens is en de taken worden uitgevoerd door medewerkers die voldoende deskundig zijn om deze taken adequaat uit te kunnen voeren.
De basis voor het leveren van goede kwaliteit, is het afleveren van een zo goed mogelijk product. Hiervoor is vooral vakmanschap nodig. De kwaliteitscriteria voor kritieke massa gaan daarom met name over voldoende formatie, opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en borgen daarvan. Als de organisatie aan deze criteria voldoet, is ze in staat om producten af te leveren met de gewenste kwaliteit.
In het kader van Erkenning van Verworven Competenties (EVC) is onderzocht in hoeverre de gemeente Brunssum aan deze eisen voldoet. Binnen het team Vergunningen hebben 9 ambtenaren aan het traject deelgenomen. De conclusie van het EVC-traject is dat de ambtenaren die hebben deelgenomen op hun vakgebied voldoen aan de kwaliteitscriteria. In het verleden is gekozen voor de minimum-plus-variant, hetgeen ervoor zorgt dat de formatie en vervangbaarheid binnen team Vergunningen een punt van aandacht is
In de Omgevingswet worden ook regels opgenomen over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. Deze regels zijn in de Omgevingswet geformuleerd in de vorm van een zorgplicht voor alle VTH-taken van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag mag zelf bepalen op welke wijze de zorgplicht wordt ingevuld. Gedacht kan worden aan een verordening. Ook het vastleggen van doelen en activiteiten in het uitvoeringsbeleid voor VTH-taken is een optie.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2