**1..** Vaststelling van de toegekende subsidie vindt plaats door het college nadat aanvrager een aanvraag om vaststelling heeft ingediend, waarbij de aanvrager conform het bepaalde in de Asv verantwoording aflegt over de door hem verrichte activiteiten. De subsidieontvanger is in aanvulling op de verantwoordingseisen uit de Asv, verplicht de gegevens voor de vaststelling van de subsidie, wettelijke controle op doelmatigheid en rechtmatigheid (SiSa), aan te leveren via de Peutermonitor.
**2..** In aanvulling op de verantwoordingseisen zoals opgenomen in de Asv dient de aanvrager met een aanvraag tot subsidievaststelling de volgende gegevens te overleggen:
per locatie en per maand het aantal kinderen inclusief contractueel afgenomen uren zonder een VVE-indicatie (alleen voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag);
per locatie en per maand het aantal kinderen inclusief contractueel afgenomen uren met een VVE-indicatie, uitgesplitst naar ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag;
in geval van subsidie voor voorschoolse educatie, een evaluatie van het werkplan VVE zoals ingediend bij de aanvraag.
**3..** Het college kan bij de houder nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is de houder verplicht het college desgewenst inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer:
inkomensverklaringen of andere bewijzen van de hoogte van het gezinsinkomen;
verklaringen geen recht op kinderopvangtoeslag van ouders;
plaatsingsovereenkomst peuter waaruit aantal uren, soort peuterplek, ouderbijdrage en start- en (verwachte) einddatum blijken;
VVE-indicaties, afgegeven door het CJG, voor plaatsingen van peuters met een VVE-indicatie.
**4..** De vaststelling van de subsidie vindt plaats door toepassing van hetgeen gesteld in artikel 11 en artikel 12 en met inachtneming van het bepaalde in het vijfde en zesde lid van dit artikel.
**5..** Als de houder minder uren peuteropvang of voorschoolse educatie heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, heeft dit een lagere subsidievaststelling en terugvordering tot gevolg.
**6..** Als de houder meer uren peuteropvang of voorschoolse educatie heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, kan de houder verzoeken om de toegekende subsidie in te trekken en te vervangen door een subsidietoekenning met een hoger bedrag, in overeenstemming met het daadwerkelijk bestede aantal uren.
**7..** Indien blijkt dat (op onderdelen) wordt afgeweken van de subsidieverlening en/of als niet voldaan wordt aan de voorwaarden en verplichtingen en/of de verantwoordingseisen, kan het college de in eerste instantie verleende subsidie verlagen of op ‘nihil’ vaststellen.
**8..** Het college stelt een subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling.
**9..** De in het zevende lid genoemde termijn kan éénmalig met ten hoogste 10 weken worden verdaagd.
**10..** Paragraaf 4.1.3.3 Awb (subsidievaststelling van rechtswege) is niet van toepassing.
Hoofdstuk 1:
Artikel 14.