Naar hoofdinhoud
1.. In geval van een aanvraag om (wijziging van) een vergunning voor een omgevingsvergunning bouw (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a Wabo) voert het bestuursorgaan in beginsel een Bibob-onderzoek uit indien één of meer van de volgende criteria op de aanvraag van toepassing zijn: de aanvraag heeft betrekking op een door de gemeente geraamde bouwsom hoger dan € 500.000,00; de aanvraag heeft betrekking op één of meer van de volgende risico categorieën: horeca- en seksbedrijven; smart-, head- en growshops; sportscholen en fitnesscentra; wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s); autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven. Autodemontage, service-en poetsbedrijven, schadeherstelbedrijven enz.); woonwagenterreinen; recreatieterreinen/vakantieparken/camping enz.; coffeeshops; indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van (een van) de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of verkregen informatie vanuit het OM als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip) overige signalen vragen ontstaan of bestaan over de betrokkene (dan wel degene die op grond van artikel 2.20 Wabo met hem gelijkgesteld kan worden) en/of zijn potentiele, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zal het bestuursorgaan in beginsel geen uitvoering geven aan een Bibob-onderzoek indien de aanvraag voor een beschikking als bedoeld in het eerste lid afkomstig is van (semi-)overheidsinstanties, woning(bouw)corporaties (o.g.v. artikel 70 Woningwet) danwel een door het college bij (specifiek) besluit aangewezen aanvrager (bijvoorbeeld PPS-constructies van particuliere ondernemingen en overheid).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel