Naar hoofdinhoud
Een parkeerovereenkomst is tot stand gekomen wanneer een parkeerder een parkeerbewijs heeft en er gebruik gemaakt wordt van de parkeergarage. De prestatie waartoe de gemeente zich verplicht, is het ter beschikking stellen van een willekeurige plaats aan de parkeerder in de parkeergarage. Een parkeerder die zijn motorvoertuig in de parkeergarage wil parkeren neemt uit de automaat een parkeerbewijs. Een geldig parkeerbewijs geeft recht op toegang tot de parkeergarage en het parkeren van een motorvoertuig. De geldigheidsduur van een parkeerbewijs wordt bepaald door de op het parkeerbewijs vermelde datum en tijdstip van aanvang en beëindiging van de parkeerovereenkomst of door een van tevoren overeengekomen geldigheidsduur. Na betaling geeft het parkeerbewijs de parkeerder gedurende een periode van vijftien minuten, te rekenen vanaf het moment van betaling bij de betaalapparatuur, het recht en de gelegenheid zijn motorvoertuig buiten de parkeergarage te brengen. Indien genoemde periode verstrijkt zonder dat de parkeerder zijn motorvoertuig buiten de parkeergarage heeft gebracht, vangt een nieuwe parkeertermijn aan waarvoor opnieuw parkeerbelasting verschuldigd is. Bij verlies of ontbreken van het parkeerbewijs mag een motorvoertuig alleen dan buiten de parkeergarage worden gebracht nadat de parkeerder de in dit besluit vastgestelde vergoeding voor een verloren kaart heeft betaald. Indien het tijdstip van binnenrijden is te bepalen, wordt het tarief bepaald zoals genoemd in de tarieventabel, behorende bij dit besluit.

Rechtspraak bij dit artikel