In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Algemene wet bestuursrecht;
de raad: de raad van de gemeente Venray;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray;
de gemeente: de gemeente Venray;
subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door het college verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als de betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten;
subsidieverlening: het toekennen van subsidie voor een bepaalde activiteit, voor een bepaald subsidietijdvak, waardoor de aanvrager een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen krijgt, mits de aanvrager de activiteit uitvoert en zich houdt aan de opgelegde verplichtingen;
subsidievaststelling: het definitief beslissen dat de aanvrager subsidie ontvangt ter hoogte van een bepaald bedrag, waardoor de aanvrager een aanspraak op betaling krijgt;
directe subsidievaststelling: de subsidievaststelling vóór aanvang van het subsidietijdvak zonder voorafgaande subsidieverlening;
subsidietijdvak: kalenderjaar, schooljaar, periode van 12 aaneengesloten maanden, of periode van 4 jaar;
subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor verstrekking van subsidies;
incidentele subsidie: subsidie die voor het eerst wordt aangevraagd, voor incidentele projecten, voor activiteiten die niet regelmatig terugkeren en die voor een van tevoren bepaalde periode van maximaal 4 jaar aaneensluitend kan worden verstrekt;
periodieke subsidie: subsidie in de vorm van een periodieke aanspraak, voor voortdurende activiteiten die van jaar tot jaar plaatsvinden of zich uitstrekken over meerdere jaren, die voor een periode van maximaal 4 jaar aaneensluitend kan worden verstrekt;
uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst ter uitvoering van het besluit tot subsidieverlening.
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld (waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37));
Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);
onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1