**1..** In de gevallen genoemd in artikel 4:41, tweede lid, van de wet, is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het college.
**2..** Indien de ontvanger zijn inkomsten geheel of in overwegende mate ontleent aan de subsidie, is hij de maximale vergoeding verschuldigd.
**3..** Indien het tweede lid niet van toepassing is, bepaalt het college de hoogte van de vergoeding naar evenredigheid van de hoogte van het subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten.
**4..** Het college stelt de vergoeding vast binnen vijf jaren na bekendmaking van de laatste subsidievaststelling.
HOOFDSTUK 2
Artikel 16