**1..** De subsidieaanvrager dient:
rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk te hebben;
op zodanige wijze georganiseerd te zijn dat eventuele personeelsleden, vrijwilligers en degenen waarvoor activiteiten worden georganiseerd, in de gelegenheid zijn invloed uit te oefenen op zijn beleid;
een zodanige administratie te voeren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen blijken, alsmede de betalingen en ontvangsten;
medewerking te verlenen aan onderzoeken die het college in het kader van subsidiëring nodig acht; de medewerking strekt zover als redelijk en naar omstandigheden mogelijk is;
zijn bezittingen, het in dienst zijnde personeel en de bij de activiteiten betrokken vrijwilligers tegen schade en het risico van wettelijke aansprakelijkheid verzekerd te hebben;
mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs voor de aanvrager duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op subsidie.
**2..** Bij de subsidieverlening kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
HOOFDSTUK 1
Artikel 6