De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van:
voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd;
voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, sociaal of weldadig doel en, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel;
brievenbussen en telefooncellen;
voorwerpen ten dienste van de gemeente of haar instellingen, alsmede het hebben van buizen, leidingen en kabels ten dienste van huisaansluitingen voor riolering, gas, water en elektriciteit;
containers, die zijn geplaatst voor recyclingdoeleinden, welke voor gratis publiek gebruik zijn bestemd en onderdeel zijn van de gemeentelijke inzamelstructuur voor huishoudelijke afvalstoffen;
oplaadpunten voor elektrische voertuigen (E-laadpalen).
**2..** De belasting genoemd in Hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt niet geheven voor de uitbreiding van een terras als gevolg van de anderhalve meter richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Artikel 5.
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2021