1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen.
2. Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning.
3. Een vergunning kan worden verleend aan:
a. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die volgens de Basisregistratie Personen woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (bewonersvergunning);
b. een bewoner die volgens de Basisregistratie Personen woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, voor het laten parkeren van bezoekers (bezoekersvergunning);
c. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (bedrijfsvergunning);
d. een eigenaar of houder van een motorvoertuig die is geregistreerd als zelfstandig werkend huisarts of verloskundige of als zorg- of hulpverlener in dienst is van een professionele zorg- of hulpverleningsinstelling die in het kader van de functie werkzaamheden uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (zorgverlenersvergunning);
e. een bewoner die volgens de Basisregistratie Personen woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, die afhankelijk is van mantelzorg. De vergunning wordt verleend op basis van een recente medische verklaring (maximaal twee maanden oud) die is verstrekt door een daartoe bevoegde arts of instantie waaruit blijkt dat mantelzorg nodig is, een indicatie voor thuiszorg of een verpleeghuis. De vergunning wordt uitgegeven op het adres van de zorgontvanger (mantelzorgvergunning);
f. de eigenaar of houder van een motorvoertuig die van plan is te gaan wonen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (verhuisvergunning);
g. aan een onderwijsinstelling welke is gelegen in een vergunningengebied, met dien verstande dat maximaal één vergunning wordt verleend. Deze vergunning wordt uitgegeven in de vorm van een digitale bezoekersvergunning (onderwijsvergunning);
h. aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig die in het bezit is van een Europese gehandicaptenparkeerkaart (gehandicaptenvergunning),
4. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde vereisten.
5. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie vaststellen.
6. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren