Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: passagiersvaartuig: een vaartuig, dat uitsluitend of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het vervoer van personen, al dan niet tegen betaling; pleziervaartuig: een vaartuig dat, beoordeeld naar zijn bouw en inrichting, bestemd is om te worden gebruikt voor het genoegen van de eigenaar of de gebruiker en de zijnen; camper: een (bestel)auto, ingericht voor het vervoeren van twee of meer personen en geschikt voor kamperen c.q. buitenshuis verblijven met de mogelijkheid tot overnachten; dag: een tijdvak van 24 achtereenvolgende uren, dat ’s morgens om 12.00 uur aanvangt; winterseizoen: de periode van 1 oktober tot en met 30 april.

Rechtspraak bij dit artikel